Blog

7 levenslessen

Het Tibetaans dodenboek

Binnen het Tibetaans boeddhisme bestaat er een directe relatie tussen ons leven en ons sterven. De meeste Tibetaanse boeddhisten besteden daar in hun beoefening regelmatig aandacht aan. Ze reciteren bijvoorbeeld teksten als: ‘De wereld en zijn inwoners zijn tijdelijk. De dood komt zonder waarschuwing.’ Wanneer we dergelijke teksten regelmatig uitspreken worden we ons bewuster van de eindigheid van ons bestaan. 

Op basis van deze levenslessen zien we dat het Tibetaans dodenboek niet alleen een boek is dat gaat over ons sterven (en daarna), maar dat het ook een goed leven stimuleert. Als we inzien en accepteren dat ons leven eindig is, dan beseffen we beter wat we kunnen en wellicht moeten doen om een goed leven te leiden. Dan blijkt hoe direct de relatie tussen ons leven en ons sterven is. In de levenslessen hierover realiseren we ons wat belangrijk is om te doen tijdens ons leven.

* Vertrouwd raken met onze geest

Als we niet vertrouwd zijn met onze geest, lijkt het net alsof gebeurtenissen ons ‘overkomen’. Dan zeggen we bijvoorbeeld: ‘Iedereen is tegen mij,’ alsof we er niets aan kunnen doen. We stellen ons dan onterecht op als slachtoffer, we hebben juist grote invloed op hoe we omgaan met wat ons in ons leven wordt aangeboden. De eerste levensles gaat daarom over het belang van vertrouwd raken met onze geest . Het is onze geest die ons in ons dagelijkse leven aanstuurt via onze opvattingen, ons denken, onze gevoelens, onze emoties, onze waarnemingen, en alle bijbehorende ervaringen. Het is onze geest die beslist hoe we reageren op alle gebeurtenissen die we in onszelf en om ons heen tegenkomen. Met name meditatie helpt ons om met de werking van de geest vertrouwd te raken. We doen dat door eerst te proberen onze aandacht bij onze adem te houden, om daarna te ontspannen in de rust die dat met zich mee brengt. Op die manier ontdekken we dat we onze geest kunnen inzetten om onszelf en anderen gelukkiger te maken. Een extra reden waarom het belangrijk is vertrouwd te raken met onze geest, is dat we tijdens en na ons sterven het alleen met onze geest moeten doen. Volgens het Tibetaans dodenboek valt ons lichaam immers uiteen tijdens ons overlijden, terwijl onze geest doorgaat en mede bepaalt hoe onze reis na de laatste adem verloopt.

* Flexibeler omgaan met onze gewoontepatronen

Ieder van ons ontwikkelt tijdens zijn of haar leven bepaalde gewoontepatronen: dingen die je nu eenmaal altijd zo doet. Dat is handig als we op de fiets stappen: dat gaat vanzelf. Maar het kan ook onhandig zijn, als we onverwacht boos naar iemand uitvallen, bijvoorbeeld. We zien deze gewoontepatronen overal terug in ons gedrag, maar ook in onze emoties en gedachtepatronen. Het punt is dat ze lang niet altijd functioneel zijn. Je kent vast wel iemand met een zware levenshouding, iemand die de dingen vaak somber inziet en voor wie het glas meestal halfleeg is. Bij dit soort mensen brengen gewoontepatronen veel lijden en gedoe met zich mee op hun levenspad. Als we minder zwaar aan onze gewoontepatronen hangen en er wat flexibeler mee omgaan, maakt dat ons leven lichter. Wanneer we ze flexibeler of lichtvoetiger inzetten, houden we beter rekening met de situatie waar we in zitten. Dat zal ons en onze omgeving goed doen.

* Rusten in het niet-weten

Elk leven kent zo zijn ‘tussenfases’, situaties waarin het oude voorbij is, maar het nieuwe nog niet begonnen. Denk aan een pas afgestudeerde die nog geen baan heeft gevonden; een relatie die eindigt; of kinderen die uit huis gaan. Ook de confrontatie met de diagnose van een ernstige ziekte kan ons in zo’n tussenfase brengen. Op momenten dat ons zoiets overkomt blijven we hangen. We weten nog niet hoe het verder zal gaan, en we weten niet wat te doen. Deze tussenfase is verwant met de heldere bardo van Dharmata. In het Tibetaans dodenboek worden er vier bardos of overgangssituaties beschreven in de cyclus van leven en sterven. Maar deze vier bardos zijn óók als fases in ons dagelijks bestaan te herkennen. Als ons dat lukt, helpt dat ons tijdens ons leven én straks tijdens ons sterven. De levensles die we specifiek van tussenfases kunnen leren is: rusten in het niet-weten. Als we de onzekerheid van onze situatie volledig accepteren, en het ook niet hoeven te weten, stopt het lijden en gedoe dat met al die onzekerheid gepaard gaat.

* Omgaan met intensiteit

In het Tibetaanse dodenboek wordt regelmatig vermeld dat de reis die we tijdens en na ons sterven meemaken, intensief is. Daarom is het goed om ons al tijdens ons leven op die intensiteit voor te bereiden. In de Tibetaans boeddhistische visie valt eerst ons lichaam uiteen, terwijl de geest doorgaat. Met alleen de geest actief hebben we geen lichaam meer om ons tegen intense ervaringen te beschermen. We kunnen dan niet meer ontspannen door even te douchen, een sandwich te maken, een borrel in te schenken, of met iemand een praatje te maken. In die fase van ons bestaan zullen we het alleen met onze geest moeten doen. Dat vraagt een directe omgang met wat zich in ons en aan ons voordoet. We kunnen ons nieuwsgierig opstellen naar wat komen gaat, in plaats van denken: ‘hier wil ik niet zijn.’ Gelukkig kunnen we dit al tijdens ons leven oefenen. Dat betekent dat we ons nieuwsgierig opstellen naar wat komen gaat, in plaats van denken: ‘hier wil ik niet zijn.’ Bijvoorbeeld tijdens intensieve overgangsfases of als we met iemand in conflict raken. Ook als iemand ons over een heftige situatie vertelt die diegene heeft meegemaakt, kunnen we onszelf trainen door hier vol met onze aandacht bij blijven. En dat is meteen een opstapje naar de volgende levensles…

* Weten wat te doen vanuit het natuurlijke heldere gewaarzijn

Als we volledig open staan voor een situatie, zien we vanzelf wat nodig is om te doen en doen we dat ook. Dan springen we in het water wanneer we iemand zien verdrinken, dan helpen we iemand uit een auto bij een ongeluk, en zien we in een flits wat onze dochter echt nodig heeft. Dan aarzelen we niet. We hebben geen keuze meer. Deze staat van openheid wordt in het Tibetaans dodenboek beschreven als ‘het intrinsieke gewaarzijn’ . Dit gewaarzijn is een inherent en essentieel onderdeel van onze geest. We kunnen het cultiveren door onze beoefening. Hoe makkelijker we hier contact mee kunnen maken, hoe soepeler ons stervensproces zal verlopen.
Ook al tijdens ons leven kan dit intrinsieke gewaarzijn ons veel brengen. Het toont zich als we ons vol openen voor wat zich aan ons voordoet, en als we in die situatie rusten. In deze staat weten we hoe de situatie er als geheel voor staat, ook voor onszelf weten we wat de situatie van ons vraagt en welke mogelijkheden er beschikbaar zijn; zien we wat nodig is om te doen om alle betrokkenen zonder aarzelen te helpen.

* Vriendelijk en meedogend zijn voor onszelf en anderen

Als we ons spirituele pad goed willen lopen is het nodig vriendelijk en meedogend voor onszelf en anderen te zijn. Dat lukt niet als we te hard voor onszelf zijn. Als we tegen onszelf zeggen dat we stom zijn omdat de meditatie vandaag weer niet lukt. Dan dwalen we af van ons pad. Vriendelijk zijn betekent dat we onszelf en anderen herkennen en erkennen voor wie ze zijn. Vriendelijk zijn betekent dat we onszelf en anderen herkennen en erkennen voor wie ze zijn. We zijn vriendelijk als we ons betrokken voelen bij onszelf of de ander. Mededogen betekent dat we iemand anders helpen om van diens lijden en gedoe af te komen, of dat te verzachten. We kunnen ook meedogend zijn ten opzichte van ons eigen lijden, bijvoorbeeld op de momenten dat niets meer werkt, of alles zich tegen ons keert. Het is daarbij belangrijk om de balans in de gaten te houden tussen goed voor anderen en goed voor jezelf zorgen. Veel mensen vinden dat moeilijk. Ze vinden bijvoorbeeld dat ze niet goed genoeg zijn om anderen te helpen of anderen niet genoeg te bieden hebben. Ze doen zichzelf dan tekort en raken daardoor oververmoeid, gestrest, of ongemotiveerd. Daarom is het belangrijk dat als we anderen ondersteunen bij het verzachten van hun lijden, we ook meedogend voor onszelf blijven.

* 5 Tibetaanse Boeddhistische Tantrische Wijsheden

Zoals hieronder te zien is, kunnen we open en gesloten met deze vijf wijsheden omgaan. De visie is dat, als we vriendschap sluiten met de gesloten kant, de open kant zich meteen weer toont. De levenslessen staan niet los van elkaar en kennen een grote onderlinge samenhang. Dat is bijzonder plezierig. Het betekent bijvoorbeeld dat we de verschillende levenslessen niet in één keer in praktijk hoeven te brengen. Het is prima om er één uit te kiezen en daarmee te beginnen. De andere levenslessen zullen zich vroeg of laat vanzelf aandienen. Op die manier kunnen we deze lessen op een natuurlijke en geleidelijke manier in ons dagelijks leven integreren. Als we accepteren dat ons leven eindig is, beseffen we beter wat we kunnen doen om een goed leven te leiden.

* Vajra = Helderheid      

Open omgang:  Helder zien, willen weten, verschillende perspectieven zien.

Gesloten omgang: Alles beter weten, arrogant zijn, alleen het eigen perspectief zien.

* Ratna = Rijkdom

Open omgang:  Genieten van rijkdom, vrijgevig zijn, delen.

Gesloten omgang: Niet genoeg te beiden hebben, trots zijn.

* Padma = Mensen-Mens

Open omgang:  Gemakkelijk contact maken met anderen, intuïtie inzetten.

Gesloten omgang: Afhankelijk zijn van anderen, versplinteren, drama’s creëren.

* Karma = Actie

Open omgang:  Effectief handelen, doorpakken, leiderschap tonen, delegeren.

Gesloten omgang: Alleen doen om te doen, controle hebben, jaloers zijn.

* Boeddha = Ruimte

Open omgang:  Ruimte hebben en aanwezig zijn met wie en wat aanwezig is.

Gesloten omgang: Onwetend zijn, blind zijn voor de effecten van het eigen handelen.

Zonder liefdevolle vriendelijkheid en mededogen is het niet mogelijk een spiritueel pad te lopen. Ook niet om vertrouwd te raken met onze geest of essentie daarvan. Ook het inzetten van deze vijf wijsheden in ons leven wordt lastig zonder vriendelijkheid en mededogen. Zonder deze kunnen we ons niet openen voor wat zich in ons en aan ons voordoet. We moeten minstens een deel van onze gewoontepatronen hebben verzacht. Als we onszelf steeds oordelend toespreken of leven vanuit ons hoofd in plaats van uit ons hart is de kans klein dat we een verbinding kunnen aangaan met wat zich in ons en voor ons afspeelt.

Sat-Nam

About Johan Raaimakers